idee (het, als fil. term en arch. ook v.; -ën; -tje)

1. het beeld dat de geest zich van iets heeft gevormd

2. in de geest gevormde voorstelling, syn. denkbeeld

3. gedachte over iets, syn. mening, denkwijze, zienswijze

4. ingeving, inval, vondst

5. conceptie, plan

6. inbeelding, waan

ont⋅werp (het; -en)

1. beschrijving van iets in hoofdtrekken, syn. plan, schets

2. in schrifte neergelegd of getekend plan, syn. concept

re⋅a⋅li⋅sa⋅tie (de (v.); -s)

1. verwezelijking

2. het te gelde maken van iets door verkoop

3. (Belg.N., w.g.) regie en/of productie van een film, televisieprogramma, toneelstuk

bron: van Dale groot woordenboek der Nederlandse taal
  • ZW75
  • FN
  • RLT24
  • IJD56
  • ZW73

© crealisation